article

Article

09|07|2014


Buigen, niet breken


Uit het dashboardkastje pakt de taxichauffeur een vergrootglas en kijkt op de tweetalige plattegrond die ik heb meegebracht. Het lijkt alsof hij begrijpt waar we heen moeten. De snelheid waarmee we optrekken boezemt vertrouwen en angst tegelijkertijd in: ziet deze man de rest van het verkeer wel? De eindbestemming is een groot zilverkleurig gebouw waarin leveranciers van kunstenaarsbenodigdheden letterlijk over elkaar heen buitelen. In een doolhof van ezels, rollen papier en kalligrafiepenselen zoek ik mijn materiaal: tape, plastic en karton. Ik heb stalen meegenomen. Als ik deze aan een vriendelijk knikkende dame toon neemt ze mij aan de arm mee naar een collega met de benodigde spullen.

Publicatie in BK van november 2011 over residency van drie maanden in Shanghai

In mijn nieuwe atelier in kunstenaarsenclave M50 probeer ik bij een temperatuur van 35 graden mijn hoofd koel te houden. Ik merk dat ik de eerste week op het oude spoor zit waarop ik in Nederland was geëindigd. Terwijl ik juist naar Shanghai was gekomen om mijn artistieke onderzoek te verdiepen en mij te laten inspireren door de snelst groeiende stad in China. Ook het ruime aanbod van plastic en tape in China was voor mij een reden om te reageren op de oproep van Pantocrator Gallery waarin zij een artist in residency aanboden. China is de grootste fabrikant van plastic en tape. Het land vormt daarmee een belangrijke bron voor mijn materiaalonderzoek naar de schilderachtige kwaliteiten van tape.

Met behulp van de standaard bijdrage werkbudget van Fonds BKVB ben ik in staat om ruim twee maanden in Shanghai te wonen en te werken. Mijn werkruimte beslaat een derde van de galerie die voornamelijk dienst doet als ontmoetingsplek voor kunstenaars van verschillende achtergronden. De galerie ligt goed in de loop van de bezoekers en bewoners van M50 en is zo een interessante plek waar ik collega-kunstenaars en (nieuwe) vrienden ontmoet.

De eerste paar dagen word ik compleet overmeesterd door de stad. Ik spreek geen Chinees, dus de meeste communicatie gaat aan mij verloren. Heel vreemd om voor het eerst in een land te lopen waar het merendeel van de geschreven en gesproken uitingen niets betekenen voor mij. Het is rustig aan de ene kant: ik hoef immers niet na te denken over reclame-uitingen of verordeningen van de overheid. Aan de andere kant ervaar ik ook eenzaamheid en isolement. Ik leer in een paar dagen de meest basale uitingen en gebruik in de overige gevallen mijn handen, voeten en extra zintuigen zoals intuïtie en empathie. Gelukkig zijn de meeste Chinezen nieuwsgierig en staan ze open voor westerlingen. Met heel veel geduld, vastberadenheid en humor krijg je veel gedaan in het land dat twee decennia geleden nog gesloten was voor buitenlanders.
Ook het stadsbeeld is nieuw voor mij: geen (ogenschijnlijk actieve) welstandcommissie die zich buigt over de esthetiek van de publieke ruimte. Gebouwen lijken lukraak tegen elkaar aan geplakt, waarbij vloekende materialen als karton, pvc, metaal en glas met groot gemak worden gecombineerd. Later ervaar ik deze willekeur als vrijheid die ik leer toepassen in mijn eigen werk. Alles is immers toegestaan, dus waarom zou ik mezelf niet wat meer vrijheid gunnen? Mijn composities en materiaalgebruik worden losser. Ook mijn kleurgebruik neemt toe.

De mensen zijn nieuwsgierig: waar kom ik vandaan, ben ik getrouwd, ben ik anders geïnteresseerd in hun Engelstalige vriendin? Ook de kunstenaars die ik ontmoet zijn gefascineerd door mijn materiaalonderzoek. Plastic en tape worden hier nog niet of nauwelijks gebruikt en de meesten hebben niet eerder kunst gezien dat deze ogenschijnlijk low materials een andere waarde meegeeft. Klassen van kunstacademies die M50 bezoeken staan uitgebreid stil bij mijn werk: docenten spreken (in het Chinees) over mijn kunst. Als ik de enige Engelstalige student om uitleg vraag, zegt hij ‘in one word amazing’. Andere voorbijgangers zijn minder gecharmeerd en begrijpen weinig van mijn thematiek waarin ik de paradox van de Tegenruimte (Anti-Room) onderzoek. Een plek waar leven en dood elkaar ontmoeten? Dat is zelfs voor Chinese Boeddhisten te abstract.

De architectonische composities van mijn reeks ‘Sidewalk Island’ zijn geïnspireerd op het samengeclusterde straatbeeld van Shanghai waarin gebouwen, hekwerk, schotelantennes en neonverlichting tot een grote massa lijken gekleid. De Chinese kopieercultuur leidt tot ‘Statue for Liberny’, een kopie van het Amerikaanse vrijheidsbeeld met de gebruikelijke spelfout om de hiaten in de Chinese (maar ook westerse) vrijheid te illustreren. De reeks ‘Transmitter/Receiver’ staat voor de veelal eenzijdige communicatie tussen overheid en burgers. Het idee voor de wandinstallatie ‘CCTVTree’ ontstond op straat bij het zien van de grote hoeveelheid camera’s die als rijp fruit aan lantaarnpalen hangen. Twee dagen lang werkte ik tegen de achterwand van de galerie, balancerend op een ladder met tape en plastic. Het werk vormt nu regelmatig de achtergrond waartegen Chinese studenten samen met de maker gefotografeerd willen worden.

Artistieke vrijheid was uiteraard ook een bron van inspiratie. Het Chinese internet ligt er soms dagen uit en als het wel werkt gaat het zo traag dat veel buitenlandse nieuwssites niet of nauwelijks geladen worden. 130.000 medewerkers screenen dagelijks de digitale informatie die miljoenen Chinezen tot zich nemen. Websites en weblogs die zich te kritisch uitlaten over de Chinese samenleving worden geblokkeerd. Mijn weblog waarop ik soms op kritische wijze mijn belevenissen in Shanghai beschreef verschijnt na een paar weken ook niet meer op mijn computerscherm. Op deze manier wordt het (Chinese) kunstenaars lastig gemaakt hun rol te vervullen en de maatschappij van commentaar te voorzien. De vraag is wat Chinese kunstenaars nog wel kunnen doen behalve productie draaien?

Een dag voor de opening van mijn tentoonstelling komen twee Chinese heren met fotocamera de expositie keuren. Mijn galeriehoudster herkent de mannen van de censuurdienst: als werk te aanstootgevend is (politiek of pornografisch) wordt je gevraagd het weg te halen. Om deze reden is de aard van veel exposities braaf en hoofdzakelijk esthetisch van opzet. Inhoudelijke discussies vinden weinig plaats. Veel Chinese kunst behandelt veilige onderwerpen, zoals de verhouding tussen mens en natuur, maar ook de tijd van de Culturele Revolutie. Kunstenaars leveren voorzichtig kritiek op het Mao-regime binnen de bandbreedte die de communistische partij aangeeft. Hierdoor kan Mao in sommige kunst voorzichtig bespot worden. Helaas leidt dit alleen (nog) tot werk waarop de voormalig leider onschuldig clownesk afgebeeld dat daarmee de impact bagatelliseert die zijn regime heeft gehad op elk gezin in China. Een bijzondere vorm van geschiedvervalsing of een stap op weg naar open discussie?

Chinese kunstenaars die zich niet aan de standaardthema’s willen wijden blijven iets dichter bij huis en maken autobiografisch werk over het eigen verleden in relatie tot het verleden van China. Ze zouden wel andere verhalen willen vertellen, maar het is de vraag of deze verhalen ook begrepen worden door de toehoorders. Een aantal keer bezocht ik exposities met Chinese vrienden en ik vroeg hen om sommige beelden te duiden. Vaak kreeg ik keurige beschrijvingen van het creatieve proces, de totstandkoming van het werk of een compositorische analyse. Zelden een persoonlijke impressie, associatie of inhoudelijke duiding. Op zoek naar een politieke laag onder de afbeelding van een brandende boomstronk vroeg ik mijn Chinese vriendin wat ze er nog meer in zag. ‘Schoonheid’, was het antwoord.

Met de groeiende economie groeit ook de middenklasse en China beraadt zich over haar toekomst. De middenklasse brengt geld binnen, maar zal ook meer inspraak willen. De wetenschap dat deze groep ook in de eigen cultuur zal investeren doet veel verzamelaars besluiten Chinese kunst aan te schaffen. Sinds het einde van de Culturele Revolutie zit Chinese kunst in de lift en de groei lijkt nog lang niet te stoppen. Zhang Xiaogang voert de lijst aan van meest invloedrijke hedendaagse Chinese kunstenaars. Zijn redelijk jonge oeuvre is nu al miljoenen euro’s waard.

Een schril contrast met de dagelijkse realiteit van de Chinezen die voor minder dan een euro per dag het terrein van M50 schoon houden. Het geld gaat rechtstreeks naar de familie die ver buiten de dure stad woont en die zij vaak maar een paar keer per jaar zien. Om geld uit te sparen huren ze geen bedden maar slapen zij in de eigen kantinecabines waar meerdere keren per dag aanstekelijke lachsalvo’s en hartelijke rochels naar buiten komen. De Chinezen die ik ontmoet zijn veerkrachtig en taai, gewend om net als bamboe te buigen maar niet te breken.